In 1876 zag de Zwitserse dokter Walter Hermann Bion hoe kinderen in de arbeiderswijken van Zurich eraan toe waren. Hij was bezorgd om hun zwakke gezondheid en trok in 1876 met een groep op vakantie. Daar lanceerde hij de term vakantiekolonie
Al snel waaide dat idee over naar Vlaanderen. Voor de Eerste Wereldoorlog konden alleen rijke families op vakantie naar zee. Arbeiderskinderen in de steden leefden in slechte omstandigheden en leden dikwijls aan longziekten. In 1886 ging voor het eerst een groep kinderen uit Brussel op vakantie naar het Hageland. Andere steden volgden al snel. Overal namen liefdadigheidsorganisaties, kloosterordes en vakbonden de taak op zich om kinderen vakanties in de gezonde lucht aan te bieden.

De kust was de favoriete bestemming. Van Knokke-Heist tot de Panne krioelde het van de vakantiekolonies. De kinderen droegen dikwijls een uniformsjaaltje in de politieke kleuren van de organisatoren. Na de Tweede Oorlog waren de meeste vakantiekolonies ofwel eigendom van de Christelijke of de Socialistische Mutualiteiten.
De nadruk lag tot in de jaren 1960 op activiteiten in groep, regelmaat en calorierijke voeding. In veel kolonies werden ze gewogen bij aankomst en vertrek. Het was de bedoeling dat ze voldoende aansterkten. De kinderen konden sporten en spelen, maar werden ook bijgeschoold.

Na 1975 raakten vakantie en vrije tijd meer ingeburgerd bij de brede bevolking. Dat betekende het einde voor de vakantiekolonies. In 1980 stopte de overheid met ze te subsidiëren en verdwenen ze geleidelijk aan.
Esta historia ha sido creada por OKV para FAAM, el museo virtual.




